Go to English website

Position Paper reorganisatie



Verwerking reorganisatiekosten

(voorbeeld)

Dit is een voorbeeld van een Position Paper zoals dat door Reporting Support opgesteld kan worden ten behoeve van de onderbouwing van de administratieve verwerking voor interne doeleinden of het verschaffen van informatie aan de externe accountant. Het voorbeeld is gebaseerd op de gegevens in een artikel dat in oktober 2011 is verschenen in De Financiële Telegraaf. De in dit Position Paper gebruikte informatie uit dit artikel worden vermeld in de paragraaf Inleiding.

Aan het voorbeeld zijn geen aannames toegevoegd die vragen om nadere interpretaties van de verslaggevingsstandaarden. Voor de verwerking van specifieke praktijksituaties in een Position Paper zullen mogelijk wel dergelijke interpretaties vereist zijn in de vorm van een nadere uitleg van de standaarden zoals vastgelegd door het IASB of andere organisaties.

Dit voorbeeld is uitsluitend opgenomen voor algemene informatiedoeleinden (zie ook de disclaimer op deze website).

Inleiding

Dit Position Paper is gebaseerd op een artikel dat in oktober 2011 is gepubliceerd in de Financiële Telegraaf. Het artikel maakt melding van een reorganisatie bij onderneming XYZ die leidt tot een verlies van ruim 5% van het totale personeelsbestand. De reorganisatie is onderdeel van een besparingsprogramma dat het bedrijfsresultaat (EBIT) fors zal doen stijgen.

1 Vraagstelling

Hoe dienen de reorganisatiekosten bij onderneming XYZ volgens IFRS te worden verwerkt?

2 Referenties

  • Burgerlijk Wetboek, Boek 2, Titel 9 De jaarrekening en het jaarverslag;
  • IFRS Foundation, IAS 16 Property, Plant and Equipment, inclusief wijzigingen die voorvloeien uit International Financial Reporting Standards die zijn gepubliceerd t/m 31 december 2010 en niet later dan 1 januari 2011 in werking zijn getreden;
  • IFRS Foundation, IAS 19 Employee Benefits, inclusief wijzigingen die voorvloeien uit International Financial Reporting Standards die zijn gepubliceerd t/m 31 december 2010 en niet later dan 1 januari 2011 in werking zijn getreden;
  • IFRS Foundation, IAS 24 Related Party Disclosures, inclusief wijzigingen die voorvloeien uit International Financial Reporting Standards die zijn gepubliceerd t/m 31 december 2010 en niet later dan 1 januari 2011 in werking zijn getreden;
  • IFRS Foundation, IAS 37 Provisions, Contingent Liabilities and Contingent Assets, inclusief wijzigingen die voorvloeien uit International Financial Reporting Standards die zijn gepubliceerd t/m 31 december 2010 en niet later dan 1 januari 2011 in werking zijn getreden.

3 Opname van kosten en voorziening

3.1      Reorganisatievoorziening

Bepalingen over reorganisaties zijn opgenomen in de IFRS standaard inzake voorzieningen (IAS 37). Volgens deze standaard is een reorganisatie (restructuring) een door het management gepland en beheerst programma dat leidt tot materiële veranderingen in (1) de reikwijdte van de activiteiten die de onderneming uitvoert of (2) de manier waarop de onderneming wordt geleid (IAS 37.10). Voorbeelden van een reorganisatie zijn (IAS 37.70):

a) verkoop of beëindiging van bedrijfsactiviteiten;
b) sluiten van locaties of verplaatsing van activiteiten;
c) wijzigingen in de managementstructuur (bijvoorbeeld het verwijderen van een managementlaag);
d) fundamentele reorganisatie die een materieel effect heeft op de aard en focus van de activiteiten van de onderneming.

De beoogde banenreductie betekent een afname van ruim 5% procent van het personeelsbestand en wordt op basis van de aard en omvang als een reorganisatie geclassificeerd. De reorganisatie zal zeer waarschijnlijk tot kosten leiden voor het afvloeien van medewerkers alsmede kosten verbonden aan de reorganisatie zoals het sluiten of aanpassen van fabrieken en het aanpassen van logistieke processen, de interne organisatie en bijbehorende ICT systemen.

De verwachte kosten voor de reorganisatie moeten worden opgenomen zodra deze voldoen aan de criteria voor de opname van een voorziening (IAS 37.14):

a) de onderneming heeft een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting uit hoofde van een gebeurtenis uit het verleden;
b) afwikkeling van de verplichting zal leiden tot uitgaven (zoals de betalingen van de verwachte kosten);
c) de onderneming kan een betrouwbare inschatting van de verwachte kosten maken, hetgeen vrijwel altijd het geval is (IAS 37.26).

De feitelijke verplichting kan alleen in de balans worden opgenomen en tot uitgaven leiden als het management van de onderneming de reorganisatie heeft gecommuniceerd voor het einde van de verslaggevingsperiode. Het management hoeft niet de identiteit van alle partijen te kennen die recht hebben op de verplichting, mits op een voldoende specifieke manier een geldige verwachting bij de betreffende partijen is gewekt dat de onderneming aan haar verplichtingen zal voldoen. Een besluit van het management zonder nadere communicatie leidt derhalve niet tot een voorziening (IAS 37.20).

3.2 Opname van de voorziening op de balans

De verwachte kosten worden op de balans opgenomen als een voorziening zodra aan de opnamecriteria wordt voldaan (IAS 37.14, zie §3.1). De voorziening wordt gewaardeerd tegen de waarderingsgrondslagen in IAS 37, tenzij andere standaarden specifieke regels voorschrijven. De afvloeiingskosten van de medewerkers worden volgens de standaard IAS 19 ‘Employee Benefits’ opgenomen en gewaardeerd. Andere verwachte kosten die niet volgens IAS 37 worden opgenomen en gewaardeerd zijn bijvoorbeeld kosten voor financiële instrumenten (IAS 39) en belastingen (IAS 12).

3.2.1 Afvloeiingskosten medewerkers

Afvloeiingskosten van medewerkers zijn ‘termination benefits’ zoals gedefinieerd in IAS 19 ‘Employee Benefits’. Een ‘termination benefit’ is een voordeel voor een werknemer dat ontstaat door een besluit van de onderneming om de arbeidsovereenkomst vóór de normale beëindigingsdatum  (bijvoorbeeld pensionering) te beëindigen of door de beslissing van een werknemer om een vergoeding voor overtolligheid te accepteren (IAS 19.7). Voor de opname van een ‘termination benefit voorziening’ is een formeel afvloeiingsplan vereist dat minimaal de volgende informatie bevat (IAS 19.134):

  • het verwachte aantal medewerkers dat zal afvloeien en de locatie en functie van deze medewerkers;
  • de ‘termination benefits’ voor iedere functiegroep;
  • het tijdstip waarop het plan zal worden uitgevoerd.

Indien de uitgaven meer dan 12 maanden na de balansdatum plaatsvinden worden deze contant gemaakt (IAS 19.139). De disconteringsvoet om de contante waarde te bepalen wordt gebaseerd op het marktrendement van bedrijfsobligaties van een hoge kwaliteit (IAS 19.78).

Voor de opname van de afvloeiingskosten van de medewerkers wordt de volgende journaalpost gemaakt:

Personeelskosten (onderdeel EBIT) V&W Debet contante waarde verwacht afvloeiingsuitgaven
@ Personeelsvoorzieningen Balans Credit contante waarde verwacht afvloeiingsuitgaven

In de toelichting wordt het volgende opgenomen (IAS 19.141-143):

  • Indien een (grote mate van) onzekerheid bestaat over het aantal werknemers dat een afvloeiingsvergoeding zal accepteren: informatie over opname van een eventuele niet uit de balans blijkende verplichting, al dan niet in combinatie met een kleinere voorziening;
  • De aard en het bedrag van de afvloeiingsvergoeding indien dit materieel is;
  • Voor leden van de raad van bestuur die een gerelateerde partij vormen: de individuele afvloeiingsvergoeding (IAS 24.17). Deze toelichting is tevens vereist op grond van artikel 383 titel 9 Boek 2 Burgerlijk Wetboek en behoort volgens artikel 362 9e lid te worden opgenomen in aanvulling op de IFRS standaarden (de IFRS en NL GAAP vereisten vallen in dit geval samen).

3.2.2 Andere kosten van de reorganisatie

Overige verwachte kosten kunnen betrekking hebben op verplaatsingen, aanpassingen van de interne organisatie en alle bijkomende kosten hiervan. De onderneming maakt op basis van het reorganisatieplan een zo goed mogelijke schatting van de verwachte reorganisatiekosten voor en eventuele opbrengsten van bijvoorbeeld afstoting van locaties (IAS 37.36, ‘best estimate’), waarbij wordt uitgegaan van rationele vergoedingen tussen partijen en een beoordeling door het management (IAS 37.37-38). Risico’s en onzekerheden worden zo adequaat mogelijk in de verwachte kosten opgenomen om tot een zo goed mogelijke schatting te komen (IAS 37.42). Zodra de tijdswaarde van geld materieel is (over het algemeen bij een uitgave die na 12 maanden plaatsvindt) worden de verwachte uitgaven contant gemaakt (IAS 37.45). De disconteringsvoet weerspiegelt het risico dat samenhangt met de verplichting. De gehanteerde disconteringsvoet mag niet leiden tot dubbeltellingen met de aannames voor risico’s en onzekerheden waarmee reeds in de beste schatting van de uitgaven (IAS 37.47) rekening is gehouden.

Voor de opname van de reorganisatievoorziening wordt de volgende journaalpost gemaakt:

Overige bedrijfskosten (onderdeel EBIT) V&W Debet contante waarde reorganisatieuitgaven
@ Reorganisatiekosten Balans Credit contante waarde reorganisatieuitgaven

In de toelichting wordt de volgende informatie opgenomen (IAS 37.84-85):

  • De beginstand, dotaties, onttrekkingen, toevoegingen voor rente (oprenting) en de eindstand van de voorziening (vergelijkende cijfers zijn niet vereist);
  • Een korte beschrijving van de aard van de obligatie, het verwachte tijdstip van de uitgaven en een indicatie van de onzekerheden over de omvang en het tijdstip van de uitgaven.

In verband met de verplaatsing van productie- of andere processen worden op een bestaande locatie mogelijk kosten gemaakt om samengevoegde activiteiten uit te kunnen voeren. Deze uitgaven worden geactiveerd indien deze aanvullende toekomstige voordelen opleveren voor de locatie (IAS 16.7). Het betreft dan uitgaven die moeten leiden tot meer winst voor deze specifieke (productie)locatie. Uitgaven die in deze context classificeren als een investering worden door afschrijvingen als last aan toekomstige verslagjaren toegerekend.  Dit in tegenstelling tot kosten die alleen betrekking hebben op sluiting/inkrimping van de activiteiten van de onderneming in verband met de reorganisatie. Dergelijke kosten worden opgenomen als een voorziening in het huidige verslagjaar.

4 Conclusie

Aangezien de reorganisatie openbaar is gemaakt kan worden aangenomen dat de onderneming een voldoende onderbouwd reorganisatieplan heeft en een geldige verwachting heeft gewekt aan de betrokken partijen dat zij haar verplichtingen zal nakomen. De onderneming dient derhalve een voorziening op te nemen.

Voor de verwachte afvloeiingskosten zal een afvloeiingsvoorziening worden opgenomen en voor de andere verwachte kosten een reorganisatievoorziening met uitzondering van uitgaven die classificeren als een investering.

De kosten van de voorziening worden als onderdeel van het bedrijfsresultaat (EBIT) verantwoord. De uitgaven worden ten laste van de voorziening gebracht.

Wilt u meer informatie?
Bel voor een vrijblijvend gesprek
naar: 06 3055 4815