Go to English website

Nieuwe IFRS standaard inzake waardering en toelichting van reële waarde



Op 13 mei 2011 heeft de IASB de nieuwe standaard inzake de bepaling van en toelichting op reële waarde (IFRS 13 ‘Fair Value Measurement’) goedgekeurd. De nieuwe standaard beoogt meer eenheid aan te brengen in reële waardebepaling en toelichting hierop.

Reële waarde (fair value) is een belangrijk begrip in financiële verslaglegging en maakt deel uit van veel van de momenteel van toepassing zijnde verslaggevingsstandaards. De wijze waarop de reële waarde wordt bepaald en de bijbehorende toelichting wordt niet alleen behandeld in de huidige standaarden inzake financiële instrumenten (IAS 39, IFRS 7 en IFRS 9), maar komt ook aan de orde in de standaarden inzake bedrijfscombinaties (IFRS 3), verzekeringscontracten (IFRS 4), activa aangehouden voor verkoop (IFRS 5), bijzondere waardeverminderingen (IAS 36), vastgoed (IAS 40) en de waardering van immateriële en materiële vaste activa bij toepassing van het herwaarderingsmodel (IAS 16 en IAS 38).

Met het van kracht worden van IFRS 13 zullen delen van standaarden die momenteel betrekking hebben op reële waarde verdwijnen. Zo komen de bepalingen betreffende de reële waarde hiërarchie in IFRS 7 paragrafen 27A en 27B te vervallen. Deze bepalingen worden vervangen door IFRS 13.72 en verder. Een ander voorbeeld is het vervallen van de bepalingen in IFRS 3 inzake de definitie van en methoden voor het vaststellen van reële waardes bij overnames. In plaats daarvan wordt in paragraaf 64F van IFRS 3 een verwijzing opgenomen naar IFRS 13 en wordt de tekst van andere paragrafen in deze standaard die betrekking hebben op reële waarde aangepast.

De bepaling van de reële waarde volgens IFRS 13 houdt uitdrukkelijker rekening met de volgende aspecten.

  • De transactie verloopt op een normale wijze (geen gedwongen transactie);
  • Karakteristieken van het actief, zoals de locatie en beperkingen op het actief;
  • De markt: de transactie vindt plaats in de gebruikelijke markt (principal market) of, indien deze niet bestaat, de meest voordelige markt;
  • De reële waarde wordt bepaald uitgaande van vooronderstellingen die marktpartijen zouden gebruiken wanneer zij in hun eigen economische belang handelen;
  • Voor niet-financiële activa wordt uitgegaan van de hoogste waarde bij het beste gebruik van het actief. Dit gebruik kan anders zijn dan het feitelijke gebruik van het actief. Het actief kan hierbij in een groep met andere activa en/of verplichtingen worden gewaardeerd indien dit noodzakelijk is om tot een waardering te komen;
  • Voor de waardering van verplichtingen en eigen aandelen van de onderneming wordt uitgegaan van de koersen in een actieve markt of andere adequate waarderingsmethoden;
  • In de waardering van een verplichting wordt rekening gehouden met een eventueel non-performance risico;
  • Individuele financiële instrumenten die gegroepeerd worden omdat zij eenzelfde markt- en kredietrisico hebben en die als één groep worden beheerd (portefeuillebenadering) kunnen op dezelfde wijze worden gewaardeerd. Deze groep mag niet worden gesaldeerd. Hiermee wordt vermeden dat bid en ask spreads tussen de financiële activa en verplichtingen tot ongewenste waarderingseffecten leiden.
  • Er worden waarderingstechnieken gebruikt die tot een zo goed mogelijke waardering leiden in de gegeven omstandigheden. De meest gebruikelijke waarderingsmethoden zijn gebaseerd op de marktbenadering, kostprijsbenadering en opbrengstenbenadering. Het verfijnen en verbeteren (kalibreren) van waarderingsmodellen verzekert een goede uitkomst. Waarderingstechnieken worden consistent toegepast.
  • Voor de waardering wordt maximaal gebruik gemaakt van waarneembare (en objectieve) informatie en wordt gebruik van niet-observeerbare informatie geminimaliseerd.
  • De reële waarde hiërarchie (fair value hierarchy), die nu nog in IFRS 7 is opgenomen, zal onderdeel zijn van IFRS 13. In deze hiërarchie zijn niveau 1 waarderingen gebaseerd op prijsnoteringen op actieve financiële markten. Niveau 2 waarderingen zijn gebaseerd op observeerbare gegevens anders dan prijsnotering op een actieve financiële markt (bijvoorbeeld interestcurves of creditspreads). Waarderingen van niveau 3 zijn gebaseerd op niet (objectief) observeerbare bronnen.

In de toelichting wordt onder andere de volgende informatie opgenomen:

  • De reële waarden van activa en verplichtingen die jaarlijks (recurring) en eenmalig (non-recurring) tegen reële waarde worden gewaardeerd. Jaarlijks opgenomen activa die tegen reële waarde worden gewaardeerd zijn bijvoorbeeld financiële instrumenten. Een voorbeeld van éénmalig opgenomen activa die tegen reële waarde worden gewaardeerd zijn af te stoten bedrijfsactiviteiten (IFRS 5);
  • De reële waarde hiërarchie voor activa en verplichtingen die jaarlijks tegen reële waarden worden gewaardeerd;
  • Mutaties tussen de verschillende niveaus in de reële waarde hiërarchie en de redenen hiervoor. Voor niveau 3 waarderingen wordt informatie verstrekt over de aansluiting tussen de begin- en de eindstand, de redenen voor de mutaties en de gevoeligheidsanalyse van de waardering. Voor niveau 2 en 3 wordt een beschrijving gegeven van de waarderingstechnieken, de gegevens waarop de waarderingen zijn gebaseerd en eventuele wijzigingen in de waarderingstechniek.

IFRS 13 wordt toegepast vanaf 1 januari 2013. De Europese Commissie moet de nieuwe standaard eerst goedkeuren voordat toepassing in de Europese Unie mag plaatsvinden.

Wilt u meer informatie?
Bel voor een vrijblijvend gesprek
naar: 06 3055 4815